Applause

Applause for the buglers of the 30.000st Last Post

Applause for the buglers of the 30.000st Last Post

20150728_Applause2 EN – I don’t think they feel as if we failed them, the 54.000 souls whose names are engraved at the Menin Gate. I guess they are quite surprised, really. After the war machine devoured them, there was no trace left of them. And yet it’s them, of all war victims, that are still remembered. Being remembered might not have been a surprise to them just after the war, when death was still new and the Menin Gate was erected to offer some footing for the immense feelings of loss that circulated the world: where, o where is he…? In those years, the few ordinary Belgians that passed by every evening to say goodnight by blowing a Last Post probably didn’t stand out much from the constant, endless stream of mourners beneath the Gate. And when the parade of visitors finally started to shrink, I guess the 54.000 found these Belgians quite fine blokes, showing up nightly in their working gear with their bugles at hand. In good and bad weather. In threes, sevens or just one. Came the next war and that would be the end of it of course, because at first the ceremony was forbidden and then there was this whole new generation of missing souls. And you know how it is: the youngest always gets the attention. But no. The Belgians returned, with their bugles, with their Last Post. The crowds diminished. Then grew again. And they were there, every evening, the Belgians. I don’t think they ever had expected such a thing, te 54.000 Menin Gate souls. And if there was applause for the seven buglers of Ypres after they sounded the Last Post for the 30.000st time, I think they fully approved. I think in their silence they all joined the clapping, that night, there, under the Menin Gate.

NL – Ik denk niet dat ze zich tekort gedaan voelden, de 54.000 zielen waarvan de naam in de Menenpoort is gebeiteld. Ik denk dat ze het zelf ook onwaarschijnlijk vinden. Zij, uitgerekend zij die spoorloos opgeslokt werden door het oorlogsgeweld, zij willen maar niet vergeten worden. Dat was nog te verwachten in de eerste jaren toen de dood nog vers was en de Menenpoort verrees om houvast te geven aan dat zwervend, de wereld omvattend gemis van hun dierbaren: waar, o waar is hij? De paar doorsnee Belgen, die elke avond langs kwamen om hen goedenavond te wensen met een Last Post, zullen hen in het begin niet eens zijn opgevallen in eindeloze stroom van rouwenden. Toen de bezoekersstroom begon te slinken, zullen ze hen sympathiek gevonden hebben, zoals ze daar in hun werkplunje telkens opnieuw opdoken met hun klaroenen. Weer of geen weer. Met drie, met zeven, met één. En toen kwam de volgende oorlog en dat zou het einde wel zijn, want eerst mocht het niet meer en daarna was er die nieuwe generatie vermiste zielen. En zo is het nu eenmaal: de jongste krijgt altijd de meeste aandacht. Maar nee, daar waren de Belgen weer, meet hun klaroenen, met hun Last Post. En het publiek verminderde. En het publiek groeide weer aan. En elke avond waren ze er, die Belgen. Ik denk niet dat ze dat ooit hadden verwacht, de 54.000 zielen van de Menenpoort. En als er dan bij de 30.000ste keer eens applaus klinkt voor de zeven taaie blazers van Ieper, ik denk dat ze dat maar terecht vinden. Ik denk dat ze in stilte hun eigen applaus hebben gegeven, die avond onder de Menenpoort.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s